Interview: Alexandra Faber

(Opmerking: Dit is een interview uit maart 2013 dus niet alle info is up-to-date.)

Alexandra Faber is een Nederlandse gewichtheffer en bestuurslid van de Nederlandse Olympische GewichthefBond. In 2011 heeft ze een tweede plaats kunnen behalen op het Europese kampioenschap gewichtheffen voor masters. We gaan het hebben over haar methodes en vooral over hoe ze in de sport en de bond terecht is gekomen.

 

Je vertelde me dat je een jaar of zes terug nog bijna 30 kilo meer woog dan nu en zelfs in een rolstoel zat. Vier jaar later heb je een zilveren medaille gehaald op het EK. Daar zit vast een bijzonder verhaal achter… 

Het is in ieder geval een verhaal met een moraal: Gewichtheffen is voor iedereen! Ik heb de ziekte van Crohn, een chronische ontstekingsziekte die soms alleen met dikmakende medicijnen tot rust te brengen is. En zelfs dan doen mijn gewrichten vaak veel pijn. Wat me bezielde om na een leven van lichamelijke inactiviteit lid te worden van een sportschool, weet ik eigenlijk niet. Maar vanaf het begin vond ik krachttraining geweldig. Ik verloor gewicht, ik werd sterker en bewegen werd minder pijnlijk. Na een jaar zei mijn trainer dat ik een sport moest kiezen, zodat ik een reden zou hebben om te trainen, een doel om na te streven. Wat een idiote gedachte. Ik was 44, chronisch ziek en ik had nog nooit in mijn leven aan sport gedaan. Maar goed, ik ging op alfabet alle sporten af op internet om te kijken of het leuk was en of ik het op mijn leeftijd nog zou kunnen leren. Van gewichtheffen ging mijn hart meteen sneller kloppen. En zowaar, in mijn stad werd er een cursus gegeven. De rest is geschiedenis…

Heb je nog doelen qua gewichtheffen? Je noemde ooit dat je de Belgische Alea Fairchild wilde verslaan, die destijds 105kg tilde, waar je 5 kg onder zat. Staat dat nog steeds of heb je je doel inmiddels alweer veel hoger staan?

Ai, dat is een gewetensvraag. In eerste instantie werd ik gedreven door een enorme ambitie. Ik trainde keihard en bereikte dingen die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Kwalificeren voor het EK Masters. Razendsnel revalideren van een operatie om daar ook te kunnen tillen. Nog een keer herstellen van een operatie om mee te kunnen doen aan de Europese Masters Games. Twee jaar na mijn eerste les gewichtheffen stond ik op het WK Masters. Toen kwam het besef, beter wordt het niet. Ik heb het hoogst haalbare al bereikt. De wereldkampioen in mijn klasse tilt 50% meer dan ik, dus dat is voorlopig geen reële doelstelling. Ik kan alleen proberen om een steeds betere tweede te worden. Vanaf dat moment vond ik mijn eigen wedstrijdresultaten minder belangrijk en ging ik me meer richten op het ondersteunen van andere gewichtheffers.

Je bent niet alleen atleet maar ook bestuurslid van de Nederlandse gewichthefbond. Waarom heb je daarvoor gekozen? En wat hoop je vanuit de bond de kunnen bereiken?

Ik merkte dat de NOGB vooral als een noodzakelijk kwaad werd gezien. Dat de contributie met tegenzin werd betaald en dat het ledental terugliep. Terwijl ik zelf als gewichtheffer voortdurend tegen zaken aanliep waar de gewichthefbond een rol bij zou kunnen spelen. De bond zou de verbindende schakel moeten zijn tussen alle mensen die plezier beleven aan het gewichtheffen, niet alleen tussen clubsecretariaten. Ik had daar ideeën over en ik wilde graag mijn handen uit de mouwen steken om die te realiseren. Wat ik hoop te bereiken, los van alle doelstellingen die we als bestuur hebben geformuleerd, is dat iedereen vindt dat we toegevoegde waarde bieden. Dat de leden blij zijn met hun bond.

Wat was de meest lonende ervaring in je carrière als krachtsporter?

Een paar keer in mijn carrière heb ik tranen in mijn ogen gehad van geluk, maar de allerbeste ervaring was toch wel mijn eerste wedstrijd. Na het zien van een clubwedstrijdje had ik geroepen dat ik zelf aan een wedstrijd mee wilde doen, zodra ik sterk genoeg was om schijven aan de halter te kunnen hebben. Moet je nagaan wat een beginneling ik was. De eerste gelegenheid was het NK 2010. Het was een grote wedstrijd, met drie scheidsrechters, veel publiek en een televisiecamera. Ik kende bijna niemand, ik was de oudste en ik tilde de laagste gewichten. Ik was verlamd van angst en ik vroeg me voortdurend af waarom ik hier in vredesnaam aan was begonnen. Maar iedereen, werkelijk iedereen was aardig tegen me. Het opwarmen ging goed en mijn beurten kregen applaus. Na mijn laatste beurt barstte ik in tranen uit. Van geluk. Van opluchting. Van trots. De zilveren medaille die ik daar kreeg is me nog altijd het dierbaarst. Die medaille is voor moed.

Wat is het zwaarste dat je hebt meegemaakt in je carrière als krachtsporter?

Haha, dat is niet voor publicatie.

Houd je je ook veel bezig met eten en supplementen om je sportprestaties te verbeteren? Zo ja, wat houd je dan zoal aan qua richtlijnen?Jazeker. Ik eet op vaste tijden. Mijn maaltijden bevatten afgewogen hoeveelheden koolhydraten, eiwitten en vetten, afhankelijk van het soort dag (training of niet) en de tijd van de dag. Ik gebruik veel supplementen, zowel vanwege mijn ziekte als om mijn spierherstel te bevorderen. Ik laat me hierbij adviseren door een Amerikaanse sportvoedingsdeskundige van  www.caseperformance.com.

Hoe ziet jouw wedstrijdvoorbereiding er uit? Wat doe je om op gewicht te komen en er zeker van te zijn dat je toch 100% kan geven?Behalve als ik nare medicijnen gebruik, ben ik altijd wel ongeveer op gewicht. Meestal verlies ik de week voor de wedstrijd een à twee pond. Dat gebeurt vanzelf, door de spanning waarschijnlijk.

Kun je iets vertellen over je trainingsmethodes? Is het meer gevoelsmatig of plan je je trainingen van tevoren? Heb je misschien een voorbeeld uit je trainingslog of een voorbeeld van hoe een training er voor jou uit ziet qua oefeningen, intensiteit en volume?

Ik heb een grove jaarplanning, die rekening houdt met mijn wedstrijden en mijn vakanties. Ik heb een iets minder grove planning voor de komende wedstrijdcyclus. Voor de komende vier weken heb ik een gedetailleerde planning. Voor drie trainingsdagen per week staat daar per oefening in hoeveel series en herhalingen ik wil doen, met welke gewichten. Eén dag per week is “vrij”, om te werken aan zaken die extra aandacht nodig hebben, dingen uit te proberen, of oefeningen voor de lol te doen.

Verander je je trainingen tijdens wedstrijdvoorbereiding? Hoe?

In de periode voor de wedstrijd ziet mijn schema eruit als een zaagtand: geleidelijk omhoog, dan weer wat omlaag. Een week voor de wedstrijd ga ik tot mijn openingsbeurten. Daarna ga ik nog twee of drie keer trainen, waarbij ik alleen de gewichthefoefeningen doe tot maximaal 50%. Dat geeft mijn lichaam de kans om te herstellen van de zware trainingen, terwijl het de techniek blijft oefenen. Bijkomend voordeel is dat het goed is voor mijn zelfvertrouwen om die week alle beurten netjes en goed te doen.

De Nederlandse voetbalbond heeft meer dan een miljoen leden en er zijn meer dan 3.000 voetbalclubs in Nederland. Daarentegen heeft de Nederlandse gewichthefbond nog geen % van dat aantal leden of clubs. Waarom denk je dat gewichtheffen zo impopulair is in Nederland en denk je dat dat ooit nog gaat veranderen?

De NOGB heeft 14 clubs en 127 leden, waarvan er circa 40 actief aan wedstrijden deelnemen. Er zijn verschillende redenen waarom gewichtheffen niet populair is. Ten eerste is het geen sport die je gemakkelijk eens kunt uitproberen. Er is nogal wat nodig aan materiaal en vloerbescherming. Een proeflesje op school of in het buurthuis wordt daardoor niet snel aangeboden. Voordat je een halter aanraakt, moet je al een drempel nemen en zelf op zoek gaan naar een gewichthefclub in jouw provincie. Ten tweede is het geen sport die je gemakkelijk aanleert. Zelfs de quick clinics die worden gegeven vragen al snel drie, vier uur hard werken voordat je de halter een beetje fatsoenlijk omhoog kunt brengen. Bij sommige clubs duurt dat leerproces zelfs twee maanden. Je moet dus al vasthoudendheid en doorzettingsvermogen aan de dag leggen voordat je weet of je gewichtheffen leuk zult vinden. Ten derde heeft krachttraining in Nederland een ongunstig imago. Mensen met spierballen zijn ongeschoold, agressief, ordinair en uiteraard allemaal aan de anabole steroïden.

Of dat gaat veranderen weet ik niet. In Amerika wordt er heel anders naar krachttraining gekeken. Daar heeft iedere school en universiteit een krachtlokaal. Maar ja, daar hebben ze niet decennialang onder invloed van de Duitse gymnastiekcultuur gestaan.

De visie op doping binnen het gewichtheffen loopt uiteen van ‘onacceptabel’ tot ‘een noodzakelijk kwaad’ tot ‘het hoort bij de sport’. Wat is jouw visie hierop?

Sport is te mooi voor doping.

Heb je tips voor mensen die zich met gewichtheffen bezig houden, nog niet zo’n hoog niveau hebben behaald maar dat wel graag zouden willen?

Neem een andere trainer. Van iedere trainer kun je iets leren dat je vooruit helpt. Door van trainer te wisselen leer je andere dingen en kom je weer een stukje verder. Als je de kans krijgt om eens te trainen met iemand die kampioenen heeft opgeleid, moet je die onmiddellijk aangrijpen.

Jouw…Favoriete atleet: Sarah Robles (V75+, USA)Favoriete oefening die iedere gewichtheffer zou moeten doen naast de snatch, clean & jerk en squats: PullsMinst favoriete oefening: Lunges

Als laatste, is er nog iets dat je de lezers zou willen zeggen?

Gewichtheffen is een prachtige sport. Het doet er niet toe hoeveel je tilt. Het gevoel als je een halter precies goed van de grond op hebt getild en triomfantelijk boven je hoofd houdt, is met niets anders te vergelijken. En als je dit op een wedstrijd doet, drie witte lampen van de scheidsrechters krijgt en applaus van het publiek, dan voel je je helemaal kampioen!